Hoofdstuk 11 - HSV de Voorn te Harlingen

Hengelsportvereniging 'De Voorn'
Harlingen
Ga naar de inhoud

Hoofdstuk 11

Vissen > Leren Vissen
Feedervissen Les 3, het vissen in de praktijk

De dag voor het vissen, het bereiden van het voer:
Het klaarmaken van het voer doen we de dag voor het vissen. Voeg bij voorkeur vlak voor het vissen de kleine maden (pinkies) of ander aas toe. Indien dit al eerder wordt gedaan zorg er dan voor dat het deksel van de voeremmer goed dicht zit als deze in de auto wordt gezet, anders is het leed de volgende ochtend niet te overzien.

De volgende dag, het vissen.

Het opbouwen van de stek:
Zoek bij voorkeur een stek waar je goed horizontaal de zitmand of de stoel neer kunt zetten en waar niet al te veel riet staat. Knip eventueel een beetje bij met een heggeschaar. Ga ongeveer anderhalve meter van de waterkant afzitten i.v.m. het afsteunen van de hengel of ga overdwars zitten (zie foto). Zet de spullen zodanig neer dat je er niet over kunt struikelen, maar toch bij de hand hebt. Zet de hengelsteun zo dicht mogelijk tegen de waterkant en zodanig dat de top van de hengel ongeveer een meter voorbij de steun uitsteekt. Zorg dat de hengel een hoek van 45-60 graden maakt ten opzichte van de oever, zie hieronder voor een voorbeeld.



Wanneer er stroom of wind staat steun dan bij voorkeur af in de richting van waar de stroom of wind komt.
Bevestig de molen op de hengel en haal het snoer door de ogen. Bevestig dan de voerkorfmontage met de wartel aan de voorslag. Monteer nog geen onderlijn! Stel de slip van de molen zodanig af dat een grote vis de gelegenheid krijgt een “run” te nemen.

Vervolgens wordt de afstand bepaald. In ons voorbeeld gaan we tegen de andere oever vissen.  Oriënteer je op een vast punt aan de overkant van het water, dat kan een rietpol zijn, een opening in het riet, een hek of een boerderij in de verte. Het is zo dadelijk de bedoeling dat steeds op dezelfde plaats wordt ingegooid, zodat op die plaats een voerplaats wordt opgebouwd. Werp de (nog lege) voerkorf in de richting van het oriëntatiepunt. Gooi in het begin niet te hard om te voorkomen dat de lijn op de andere oever wordt gegooid en vast komt te zitten. De juiste werppositie is wanneer de korf ongeveer een meter onder het topoog hangt.Wanneer de juiste afstand is bepaald zet de lijn dan vast achter de lijnclip van de molen.

Gooi nu eerst een stuk of vijf korven met voer op de visplaats. Druk het voer stevig aan in de korf, het mag pas op de bodem uit de korf gaan. Laat na iedere worp de korf 45-60 seconde op de plaats liggen om het voer de gelegenheid te geven uit de voerkorf te weken. Bevestig dan de onderlijn met het aas. Vul de voerkorf en gooi op de visplaats. Laat de voorkant van de hengel op de steun rusten (zie de foto) en houd de andere kant van de hengel in de hand.

In het geval van een aanbeet zal de top bewegen. De eeste aanbeet is meestal niet het tijdstip om de vis “aan te slaan”. Wanneer de top heftiger beweegt sla dan de vis aan. Het is moeilijk aan te geven wanneer het juiste moment is, dit is een kwestie van aanvoelen en ervaring. Soms blijft het alleen maar bij een tikje op de hengeltop en blijft het verder stil. In dat geval kan het helpen om een keer aan de molenslinger te draaien, zodat de voerkorf en het aas een stukje verplaatst worden op de bodem. Mogelijk volgt dan een aanbeet. Soms helpt het ook om de spanning van de lijn te halen door de hengel 10 cm naar voren te schuiven in de steun.

Als de vis gehaakt is draai dan rustig binnen. Omdat de slip goed is afgesteld wordt een grote vis de gelegenheid gegeven om een ontsnappingspoging te wagen. Wanneer de dril ten einde is wordt de vis geland, eventueel met het landingsnet, onthaakt en weer vrij gelaten (of in een leefnet bewaard).

Wanneer de vis niet wil bijten, verander dan eens van aas, bevestig een langere onderlijn of ga in het midden of bijvoorbeeld 10 meter uit de kant vissen. Ook zijn er dagen dat er genoeg vis zit, maar dat deze totaal niet wil azen. Dat is soms het geval bij warm weer (of juist heel koud weer) of noordenwind. Soms duurt het ook langere tijd voor de vis op de stek zit.

Nog even over het werpen. Voor sommige vissers is het moeilijk om ver en secuur te werpen. Een meter of 30 gaat vaak nog wel, maar verder wordt moeilijker. Let hierbij op de werptechniek. Zorg dat er achter je geen obstakels (hoge plantengroei) aanwezig zijn waar de lijn in kan blijven haken. Probeer in een vloeiende beweging te werpen en wijs met de hengel de korf na tijdens de worp. Wacht niet tot de korf achter je stil hangt, maar beweeg de hengel van voor naar achter en werp dan direct in. Houd je hengel op 14.00 uur en beweeg deze dan naar voren tot 10.00 uur en laat dan de lijn los. Als de lijn op 11.00 uur of 12.00 uur wordt losgelaten dan maakt de voerkorf een hoge bocht door de lucht en komt niet erg ver. De vloeiende beweging is nodig om secuur te werpen. Wanneer er wordt geworpen wanneer de korf stil hangt achter de visser, dan komt de korf soms meters naast de voerplek in het water terecht. Het spreekwoord “oefening baart kunst” gaat zeker op bij het onder de knie krijgen van de werptechniek. Houdt moed, uiteindelijk gaat het steeds beter! Verder: durf te werpen! durf kracht te zetten! De hengel is ervoor gemaakt om hem op zijn donder te geven. Zo snel gaat hij niet stuk!

Probeer zodanig in te gooien dat, wanneer de voerkorf het water raakt, de lijnclip ook is bereikt. Bij te hard gooien veert de korf terug wanneer de lijnclip is bereikt. Eventueel kan de korf afgeremd worden door tijdens de worp de hengel verticaal te houden, de lijn remt dan af door de wrijving van de lijn langs de ogen van de hengel.
Tenslotte: Ontdek zelf hoe leuk feedervissen is. Op deze manier kan veel grote vis worden gevangen. SUCCES!
Copyright © 2005-2018 Hengelsportvereniging 'De Voorn' Alle rechten voorbehouden
Terug naar de inhoud